Twee assen
Nettovermogen telt bezittingen minus schulden. Liquiditeit kijkt of die bezittingen cash zijn, relatief snel te verkopen, of vastzitten. Een hoge nettowaarde met een illiquide mix is een ander plaatje dan veel kas.
Het overzicht toont beide. Zo zie je waarom ‘rijk op papier’ niet hetzelfde is als ‘morgen overmaken’.
Cash
Cash is bank- en spaargeld, privé en in de holding. Dat is het deel dat het dichtst bij besteedbaar zit. Holdingcash is nog steeds van de BV: geld in de BV is geen privé geld.
Spaardeposito’s met een lock-up laat het model niet extra streng zijn. Twijfel je, zet ze bij verkoopbaar in plaats van bij cash.
Verkoopbaar
Beleggingen en crypto vallen hier. Je kunt ze vaak te gelde maken, met spread, timing en fiscale gevolgen die deze site niet modelleert. Het is geen kas, wel dichterbij dan een huis.
Holdingbeleggingen zitten in deze emmer aan de holdingkant. Ze tellen in de holdingwaarde, en in de liquiditeit van de holding, niet in je privébank.
Moeilijk vrij te maken
Woning, overig vastgoed, auto’s en niet-beursgenoteerde deelnemingen zitten vast. Ze kunnen het nettovermogen domineren terwijl de kas krap is.
Dat is geen oordeel over of je ze moet verkopen. Het is een indeling zodat het overzicht eerlijk blijft over beschikbaarheid.
Interne vorderingen zijn geen cash
Een rekening-courant of woninglening tussen jou en de holding is een vordering op jezelf. Die euro bestaat niet twee keer. Daarom telt hij niet als extra cash en valt hij weg in het geconsolideerde vermogen.
Liquiditeit is ook iets anders dan indicatief na box 2. Naar privé halen is een juridische en fiscale stap, geen herlabeling van kas.